Grondwettelijke toetsing door rechters weer een stap dichterbij gekomen

Kabinet stuurt brief op hoofdlijnen over constitutionele toetsing aan het parlement

Afgelopen vrijdag hebben ministers Bruins Slot (BZK) en Weerwind (Rechtsbescherming) de hoofdlijnenbrief over constitutionele toetsing aan het parlement aangeboden. Beide bewindslieden geven hierin belangrijke vervolgstappen aan het mogelijk maken van grondwettelijke toetsing door rechters. Daarmee is grondwettelijke toetsing door rechters weer een stap dichterbij gekomen, iets waar de Rechtspraak al sinds 2002 voor pleit.
De voorstellen komen bijna volledig overeen met het advies dat de Rechtspraak hierover onlangs gaf. Zo schrijft het kabinet in de hoofdlijnenbrief dat de mogelijkheid tot gespreide grondwettelijke toetsing het meest voor de hand ligt. Ook is het net als de Rechtspraak geen voorstander van een constitutioneel hof en geeft het de voorkeur aan toetsing aan de klassieke grondrechten en aan toetsing ex post (beschouwing achteraf). Bij onverenigbaarheid van een wet met de Grondwet moet de rechter kunnen besluiten deze buiten toepassing te laten.

Toetsingsverbod grondwet

De Rechtspraak vindt dat een rechter in een individuele, concrete zaak moet kunnen toetsen aan de belangrijkste wet van ons land: de Grondwet. Op dit moment geldt voor rechters een toetsingsverbod aan de grondwet. Als dit verbod wordt opgegeven, leidt dit tot betere bescherming van grondrechten, meer rechtsbescherming voor individuele burgers en dus een beter functionerende rechtsstaat.

Aandacht wetgevingskwaliteit

Grondwettelijke toetsing kan daarnaast een impuls zijn voor de aandacht voor wetgevingskwaliteit en biedt kansen om de Grondwet te laten meebewegen met (maatschappelijke) ontwikkelingen en rechtsopvattingen. Nederland neemt op dit moment nog een uitzonderingpositie in Europa in, want in alle andere Europese lidstaten kan de rechter wél toetsen aan de Grondwet.



Bron: Rechtspraak.nl via Alle landelijke actualiteiten

Bel mij terug

Bel mij