Griffierechtverhoging in perspectief

De voorgenomen verhoging van de griffierechten blijkt een averechts effect te hebben op de samenleving en de economie.

Na enige vertraging is de eerste kamer op 17 mei 2011 akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot verhoging van de absolute competentiegrens van de kantonrechter, welke naar alle waarschijnlijkheid op 1 juli 2011 zal worden ingevoerd met de daaraan gekoppelde kostendekkendheid van griffierechten.

Het nieuwe griffierechtenstelsel maakt de toegang tot de rechter eenvoudiger en goedkoper voor natuurlijke personen, maar leidt tot een enorme verhoging van de griffierechten voor rechtspersonen.

Bij een veroordeling van een natuurlijke persoon, komen de hogere griffierechten in de praktijk alsnog voor rekening van de natuurlijke persoon. De beoogde vereenvoudiging wordt uiteindelijk betaald door de natuurlijke persoon die het nieuwe stelsel in bescherming probeert te nemen.

De verliezende partij wordt veelal veroordeeld in de kosten op basis van het griffierecht van de eisende partij. Als de eisende partij een rechtspersoon is, dan krijgt de schuldenaar alsnog het hogere griffierecht voor zijn rekening.

Inleiding
Op 1 januari 2011 is de Wet tarieven burgerzaken komen te vervallen en vervangen door de Wet griffierechten burgerlijke zaken (hierna: Wgbz). Dit houdt in dat het griffierechtenstelsel en de hoogte van de kosten van de rechtbank (griffierecht) worden verhoogd.

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie noemt een aantal redenen voor de invoering van kostendekkende griffierechten:

  • De eigen verantwoordelijkheid van de rechtzoekende. Nu betalen alle belastingbetalers mee aan de rechtspraak. Uit onderzoek blijkt dat voornamelijk de hoogste en laagste inkomens geschillen voorleggen aan de rechter;
  • Streven van het kabinet naar een beter functionerend rechtsbestel. Door kostendekkende griffierechten een meer directe relatie te leggen tussen de rechtzoekende en rechtspraak;
  • Kostendekkende griffierechten zijn een noodzakelijke bezuiniging om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Het voorstel levert een netto bezuiniging van 240 miljoen euro op.
  • Verlagen van de drempel voor natuurlijke personen om zich tot de rechter te wenden. In het nieuwe stelsel wordt onderscheid gemaakt tussen eisende partijen: natuurlijke personen en rechtspersonen;
  • Minder complexe berekening van griffierechten.


De Eerste Kamer is op 17 mei 2011 akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot verhoging van de absolute competentiegrens van de Kantonrechter met de daaraan gekoppelde wijziging van de griffierechten.

De verhoging van de absolute competentiegrens zal naar alle waarschijnlijkheid op 1 juli 2011 worden ingevoerd. Deze verhoging heeft als gevolg dat de te betalen griffierechten in bepaalde gevallen aanzienlijk verhoogd zullen worden.

Gevolgen
De wijzigingen in het griffierechtenstelsel is niet zonder gevolgen. Wordt het gewenste resultaat wel behaald? In dit artikel worden de gevolgen vanuit het perspectief van verschillende belanghebbenden besproken.

Standpunt Raad voor de Rechtspraak
De algemene taak van de Raad is te bevorderen dat de gerechten hun werk – recht spreken – goed kunnen doen. De wettelijke taken van de Raad zijn daarvan afgeleid. De Raad voor de rechtspraak vervult een centrale rol in de financiering van de Rechtspraak en heeft als taak de kwaliteit van de rechtspraak te bevorderen.

De Raad voor de rechtspraak acht de invoering van het nieuwe griffierechtenstelsel hoogst onwenselijk, omdat het fundamentele recht van de burger op toegang tot de rechter in het gedrang komt en wel om de volgende redenen:

  • Als gevolg van deze tariefstijgingen neemt het aantal rechtszaken af - het aantal civiele rechtszaken 10% en het aantal bestuurszaken 20%;
  • Uit het onderzoek van het WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie blijkt dat mensen nu al niet snel naar de rechter stappen. De daling van het aantal zaken betekent onvermijdelijk dat de rechtzoekende afziet van het afdwingen van wat hun in rechte toekomt.
  • Het voornemen van de overheid om de rechtspraak te laten bekostigen door diegenen die er gebruik van maken, gaat volstrekt voorbij aan het maatschappelijk belang van de civiele en bestuursrechtspraak. Sector Civiel- (en sector Bestuur) regelen nog meer dan het strafrecht de onderlinge verhouding van mensen en het maatschappelijk en economisch verkeer. De handhaving van rechter en de aanpassing aan veranderende maatschappelijke aanpassingen vinden plaats in de civiele en bestuursrechtspraak. De Raad voor Rechtspraak vraagt zich af of bij een daling van het aantal zaken als gevolg van financiële beletselen, het recht nog wel optimaal kan functioneren. De Raad voor de Rechtspraak voorziet dat het ‘ontduikingsgedrag’ van schuldenaren’ in de hand wordt gewerkt. De mate waarin schuldenaren de verplichtingen die zij zijn aangegaan naleven, wordt namelijk mede bepaald door de kans dat zij bij niet naleving daarop worden aangesproken.
  • Het is de kerntaak van de overheid te zorgen voor onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak die toegankelijk is voor haar burgers. Artikel 17 van de Grondwet beschrijft dat de overheid de toegang tot de rechter dient te waarborgen. De financiële verplichting vloeit voort uit artikel 6 EVRM, waarbij de gedachte voorop staat dat het recht op een eerlijk proces illusoir blijft indien het voor een partij in financiële zin onmogelijk is om een gerechtelijke procedure ter bescherming van zijn rechten te beginnen. De raad is van mening dat de grenzen te veel worden opgezocht.
  • Het systeem krijgt een globaler karakter en sluit niet aan bij de werklast van de rechtspraak. De eiser betaalt evenveel bij een lichte verstekzaak als bij een bewerkelijke zaak op tegenspraak. Ook wordt er geen rekening gehouden met het verloop van de procedure.

Standpunt NVVK
De NVVK, de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, is een instantie die de samenwerking wil bevorderen tussen alle partijen die een rol hebben in de hulpverlening en bij de verstrekking van sociale kredieten. Daarbij betrekken zij ook maatschappelijke organisaties en de overheden. Zij werken o.a. aan goede voorlichting om schuldproblemen te voorkomen, verantwoord en sociaal bankieren en een betere relatie met schuldeisers en overheden.

De NVVK voorziet problemen als het griffierecht wordt gewijzigd. Het nieuwe griffierechtensysteem vergroot de kans op problematische schulden, aangezien vooral relatief kleine schulden in het nieuwe systeem buitensporig worden verzwaard met griffierechten, waardoor volledige terugbetaling van die schuld een groter probleem wordt.

De NVVK is van mening dat het nieuwe systeem alleen maar tot verliezen zal leiden bij alle partijen. De schuldenaar verliest, want zijn schulden worden moeilijker op te lossen. De schuldeiser verliest omdat hij meer kosten moet maken en de kans op volledige terugbetaling daardoor kleiner wordt. De schuldhulpverlening verliest tenslotte omdat er meer tijd en geld gestoken zal moeten worden in de poging om de schulden op te lossen.

Standpunt KBVG
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders kan zich vinden in de grondgedachten van het nieuwe griffierechtenstelsel. Het nieuwe griffierechtenstelsel maakt de toegang tot de rechter weliswaar eenvoudiger en goedkoper voor natuurlijke personen, maar leidt tot een enorme verhoging van de griffierechten voor rechtspersonen . Bij veroordeling van natuurlijke personen, komen deze hoge kosten als gevolg van de kostenveroordeling alsnog voor rekening van de schuldenaar terecht.

De gekoppelde competentieverhoging zorgt ervoor dat de toegang tot de rechter eenvoudiger en goedkoper wordt. Goedkoper omdat het griffierecht voor natuurlijke personen verlaagd wordt en omdat er géén sprake meer zal zijn van verplichte procesvertegenwoordiging in zaken met een belang tot en met € 25.000,00. Daarnaast zal de kantonrechter bevoegd zijn in alle consumentenkoopzaken (ongeacht de hoogte van de vordering) en in consumentenkredietzaken tot € 40.000,00.

Het griffierecht voor rechtspersonen wordt weliswaar verhoogd, maar de toegang tot de rechter wordt goedkoper omdat er geen sprake meer is van verplichte procesvertegenwoordiging. Indien de vordering van de rechtspersoon door de rechter wordt toegewezen, kan bij een proceskostenverdeling, het hogere griffierecht uiteindelijk worden verhaald op de schuldenaar.

Echter de meeste zaken die bij de sector kanton van de rechtbank aanhangig worden gemaakt, zijn incassoprocedures. Daarbij staan rechtspersonen tegenover natuurlijke personen als schuldenaren. In meer dan 90% van de gevallen gaat het om toewijsbare vorderingen. De rechter wijst het door de schuldeiser (rechtspersoon) geeiste dan toe en de hogere griffierechten komen alsnog voor rekening van de schuldenaar. Tevens vergroot het nieuwe griffierechtensysteem de kans op problematische schulden, aangezien vooral relatief kleine schulden in het nieuwe systeem buitensporig worden verzwaard met griffierechten.
Standpunt Ombudsman

De Ombudsman – Alex Brenninkmeijer - zegt er niets van te snappen dat een burger heel veel geld moet betalen als hij zijn recht wil halen.

Hij verwijst daarbij naar de uitspraak van Erik van den Emster, voorzitter van de Rechtspraak, die aangeeft dat de maatregel niet nodig is om de druk op de rechtelijke macht te verlichten. Nederlanders stappen niet zo snel naar de rechter: slechts 5 procent van de geschillen eindigt in de rechtbank.

Conclusie
Het nieuwe griffierechtenstelsel maakt de toegang tot de rechter eenvoudiger en goedkoper voor natuurlijke personen, maar leidt tot een enorme verhoging van de griffierechten voor rechtspersonen.

Bij een veroordeling van een natuurlijke persoon, komen de hogere griffierechten in de praktijk alsnog voor rekening van de natuurlijke persoon. De beoogde vereenvoudiging wordt uiteindelijk betaald door de natuurlijke persoon die het nieuwe stelsel in bescherming probeert te nemen.

Het beoogde griffiestelsel probeert een drempel op te werpen om vorderingen via de rechter te incasseren, maar zal in de praktijk juist de natuurlijke persoon treffen. De verwachting is dat vooral mensen met een lager of middeninkomen en kleine bedrijven hun rechten niet meer via de rechter kunnen/zullen afdwingen. Hierdoor wordt het ‘ontduikingsgedrag’ van schuldenaren in de hand gewerkt. De mate waarin schuldenaren de verplichtingen die zij zijn aangegaan naleven, wordt namelijk mede bepaald door de kans dat zij bij niet naleving daarop worden aangesproken.
 

Direct contact

+31 (0)72-5147000 +31 (0)72-5147029 info@vdmph.nl

Van der Meer & Philipsen

Rogier van der Weydestraat 2
1817 MJ Alkmaar

Nieuws

Wet bekendmakingen aan personen zonder bekende woon- of verblijfplaats...

Lees verder

Per 1 mei: Versneld hoger beroep door second opinion...

Lees verder

Eerste Kamer akkoord: Nederland krijgt internationale handelskamer...

Lees verder

Henk Naves voorgedragen als voorzitter Raad voor de rechtspraak...

Lees verder